27 januari 2006

Koesen

Vroeger, toen ik nog een klein meisje was, met een passie voor roze jurkjes en Piet Veerman, kon ik ook wel eens niet slapen. Dan lag ik te piekeren over met wie ik morgen zou gaan spelen, of welk liedje ik zou gaan playbacken tijdens de playbackshow. Dingen waarover kleine meisjes wakker kunnen liggen.
Meestal stommelde ik dan, met mijn kussen onder de arm, naar de slaapkamer van mijn ouders. “Mem, mei ik by dy sliepen?”, fluisterde ik dan. Meestal mocht het wel, tenzij één van mijn broers al triomfantelijk naast mijn moeder was gekropen.
Zachtjes kroop ik bij mijn ouders in bed. Ik sloeg mijn armpjes om mijn moeder heen en klemde mijn benen om haar benen. Als een koalabeertje zat ik aan mijn moeder vastgeplakt. Ik probeerde mijn ademhaling gelijk te krijgen met de hare, want, dacht ik, dan heeft ze vast op een gegeven moment helemaal niet meer door dat ik naast haar lig. Dan lijkt het net alsof ik een deel van haar geworden ben.
Ik hield dat ademhalen nooit lang vol. Mem ademde heel langzaam, ik nog heel snel; en je adem inhouden tijdens het slapen lukt natuurlijk niet.
“Hmmm”, zei Mem dan altijd, “je bent net een klein straalkacheltje”.
Ik drukte mijn armen nog wat steviger om haar borst.

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

Links naar dit bericht:

Een link maken

<< Homepage