Het opmaken van je bed; bijna net zo erg als het hebben van nierstenen. Of Dries Roelvink-zijn.
Het punt wat ik wil maken: alles kan. En vooral: voor alles is een handige oplossing!
Behálve! BEHALVE!
Voor het opmaken van je bed.
Waarom? Waarom God, waarom moet dat toch altijd zo'n helse onderneming zijn?
Waarom vind je jezelf altijd terug in een innige verstrengeling met je dekbedhoes, zodat niet je dekbed, maar jij zelf gekleed gaat in een kittig bloemetjesmotief? Waarom stribbelt mijn onderlaken altijd dusdanig tegen in het ommijnmatrasheengaan, waardoor ik uiteindelijk als een Dennis van der Geest mijn matras in een ippon moet gooien (of een yuko, of een koka -ken je judo-termen, bitchez!-) om er überhaupt nog een lakentje omheen te krijgen?
En, geloof me, ik ken alle truukjes. Het 'met je handen in de dekbedhoes die je binnenstebuiten keert en dan je dekbed bij de punten pakken ' concept, bijvoorbeeld. Het schijnt te werken, ware het niet dat bij mij mijn dekbed zich altijd drie keer ronddraait terwijl ik de hoes eromheen wurm, zodat je toch nog met je hoofd in de hoes moet om te kijken waar het fout is gegaan. En als je dan met je hoofd in je hoes zit en even een onverwachte beweging maakt (omdat de telefoon gaat), zul je altijd (ik herhaal: altijd) een pot thee omstoten, of een fotolijst die dan op je pot thee valt zodat die ook valt. Of de apocalyps vangt juist op dat moment aan. Zoiets.
Ik zeg: wetenschap, doe er wat aan. Ken je plicht en hélp me. Of geef me anders een kamermeisje.






